Schadelijk geluid

In de Arbowet zijn duidelijk wettelijke regels opgenomen met betrekking tot de blootstelling aan schadelijk lawaai.

In dit stuk worden de hoofdlijnen van de wetgeving weergegeven met het doel om meer duidelijkheid te verschaffen over:
wanneer welke maatregelen genomen moeten worden;
wat wordt verstaan onder de arbeidshygiënische strategie;
wat er minimaal in het schriftelijk plan moet komen.

Beknopt overzicht wettelijke maatregelen

Globaal houdt de wettelijke regeling voor schadelijk geluid op het werk, het volgende in.

Het geluid op de werkplek moet volgens schriftelijk plan en op kundige wijze worden beoordeeld en indien nodig gemeten. Beoordeling en meting moeten met passende tussenpozen worden herhaald.

Geluidsniveaus boven 80 dB(A) worden schadelijk geacht voor de gezondheid. Bij overschrijding van dit niveau moet de werkgever zijn werknemers voorlichten over de gevaren van schadelijk geluid en over de bedrijfsmaatregelen die deze gevaren verkleinen.

Bij equivalente geluidsniveaus boven 80 dB(A) moet de werkgever passende gehoorbescherming met voorgeschreven demping (geluidsniveau in de gehoorgang lager dan 80 dB(A)) beschikbaar stellen en over het gebruik ervan voorlichting geven.
Indien zo'n demping technisch niet mogelijk is, moet de gehoorbescherming tenminste dempen tot beneden 87 dB(A). Beperking van de blootstellingsduur moet er in dat geval voor zorgen dat de geluidsdosis de toegestane waarde van 80 dB(A) niet te boven gaat. De gehoorbescherming moeten verder in goede en zindelijke staat verkeren.

De werkgever moet, bij een dagdosis van boven de 80 dB(A), zijn werknemers in de gelegenheid stellen regelmatig hun gehoor te laten controleren op eventuele gehoorschade. Dit dient te geschieden door een deskundige dienst (zoals een gecertificeerde Arbodienst) met tussenpozen van 4 jaar. Indien de deskundige dienst dit noodzakelijk acht, moet het onderzoek vaker plaatsvinden.
De werkgever stelt de werknemer in kennis van de resultaten van het audiometrisch onderzoek.

Bij equivalente geluidsniveaus boven 85 dB(A) moet de werkgever maatregelen nemen om het lawaai tot beneden deze grens te verminderen, tenzij dat op technische, praktische of economische gronden redelijkerwijs niet van hem kan worden verlangd (‘redelijkerwijs’ clausule). Hij dient dit te doen overeenkomstig een daartoe opgesteld schriftelijk plan.

Bij equivalente geluidsniveaus boven 85 dB(A) zijn de werknemers verlicht de hun ter beschikking gestelde gehoorbescherming te dragen. (N.B.: De werknemers doen er verstandig aan de gehoorbeschermers al te dragen bij niveaus boven 80 dB(A).)

De arbeidsplaatsen waar het equivalente geluidsniveau hoger is dan 85 dB(A) moeten zijn afgebakend en gemarkeerd, bijvoorbeeld met lijnen op de vloer en met waarschuwingsborden. Alleen werknemers die beroepshalve of uit hoofde van hun functie deze zogenaamde gehoorbeschermingszones moeten betreden, mogen daar worden toegelaten.

De werkgever moet de resultaten van de geluidmetingen en geluidberekeningen registreren en gedurende tenminste 10 jaar bewaren. Hetzelfde geldt voor de resultaten van het gehooronderzoek (audiometrie).

Voor een compleet overzicht met betrekking tot alle regels uit de Arbowetgeving, klik op onderstaande links:

Arbowet

Arbobesluit

Arbobeleidsregels


Arbeidshygiënische strategie

De regels ter bestrijding van lawaai op het werk kennen een zekere rangorde, bekend onder de naam: arbeidshygiënische strategie. Geluidsniveaus boven 85 dB(A) moet de werkgever in de eerste plaats voorkomen door het lawaai aan de bron te bestrijden. Dit kan bijvoorbeeld door een machine te vervangen door een minder lawaaiige machine of werkproces.
Is het  redelijkerwijs niet afdoende mogelijk om de bron te bestrijden, dan moet de werkgever het lawaai op de arbeidsplaats verminderen door beperking van geluidsoverdracht. Gangbare middelen daartoe zijn een isolerende kast om de geluidsbron of een scherm tussen bron en werknemer.
Mochten ook die maatregelen onvoldoende opleveren, dan is het zaak het aantal aan lawaai blootgestelde werknemers en hun blootstellingsduur tot een minimum te beperken.
Ondanks alle in redelijkheid te vergen maatregelen kunnen werknemers blootstaan aan een lawaainiveau van 85 dB(A) of meer. In dergelijke gevallen moeten zij hun toevlucht nemen tot passende gehoorbescherming.

Schriftelijk plan

Het voorgeschreven schriftelijke plan bevat tenminste een uitwerking van de volgende elementen:

Beoordeling en zo nodig meting van het geluidsniveau op de arbeidsplaats met als doel die arbeidsplaatsen op te sporen waar werknemers aan een schadelijk geluidsniveau blootstaan. Zowel beoordeling als eventuele meting dienen op kundige wijze te geschieden (bijvoorbeeld door een gecertificeerde Arbodienst).

Prioriteiten en zo nodig een fasering van de oplossing van het lawaaivraagstuk.

Technische en/of organisatorische voorzieningen, zodanig dat het geluidsniveau zoveel mogelijk daalt in ruimten waar werknemers verblijven. Het streven moet erop gericht zijn de grens waarboven geluid een schadelijke werking op het gehoor kan hebben, niet te overschrijden.

Is overschrijding redelijkerwijs niet te voorkomen, dan moet de werkgever doeltreffende maatregelen nemen om de blootstellingsduur alsmede het aantal werknemers dat aan schadelijk geluid is blootgesteld zoveel mogelijk te beperken.

Het welslagen van een schriftelijk plan hangt voor een belangrijk deel af van het overleg en de samenwerking tussen de werknemersvertegenwoordigers en alle overige betrokkenen tijdens de voorbereiding, het opzetten en de uitvoering van het plan.